Brian Eno & David Byrne - Help Me
Somebody (1981)
De Top 2000 nadert weer en ik hoor
de kerstklokken in verte al klingelen.
Tijd voor een waargebeurde
geschiedenis - hoe absurd
ongeloofwaardig ze ook mag klinken -
rond een hoogmis en een van mijn
favoriete lp’s aller tijden: My Life in
the Bush of Ghosts van Brian Eno &
David Byrne. Even ter lering: Eno werd
bekend met Roxy Music, maakte
vervolgens een paar vijf-sterren-solo-
albums en vond ondertussen de
ambient muziek uit. Byrne is de
frontman van de onvolprezen Talking
Heads, waarover ik vast nog wel een
keer kom te spreken. Samen maakten
ze in 1981 een pioniersplaat waarop
sampling voor het eerst in de
geschiedenis als basis-ingrediënt van
popmuziek werd gebruikt. Nu samples
doodnormaal zijn geworden, kun je je
bijna niet meer voorstellen hoe
bijzonder dat toen klonk. Het
bronmateriaal kwam letterlijk uit alle
windstreken: Libanese
bergzangeressen, Amerikaanse radio-
dominees, Egyptische popmuziek,
moslim-gezangen, een exorcist waar ik
de koude rillingen van kreeg en ga zo
maar door. Van die totaal
verschillende culturele bronnen werd
één nieuw geheel gesmeed, zo
eindeloos fascinerend dat ik de plaat
al sinds 1981 onafgebroken in de buurt
van mijn pick-up heb staan.

Fast forward naar 2004. Ik ben met
een fotograaf voor werk in New
Orleans, het zal een van meest
onvergetelijke reizen worden die ik
ooit gemaakt heb. Bijvoorbeeld omdat
ik meeloop in een carnavalsstoet - een
zogenaamde second line - door de
zwarte wijken, samen met mijn
reisgenoot als enige blanke. En omdat
we door trompettist Kermit Ruffins
worden uitgenodigd voor een
barbecue bij zijn stamkroeg. En omdat
we bij de ‘hat extravanganza’ van de
vrouwenafdeling van een
kerkgemeenschap mogen zijn. Dat
laatste komt zo: we willen New
Orleans van bovenaf fotograferen. Dus
zoeken we het hoogste gebouw van
de stad op, om daar naar het dak te
gaan. In de lobby van het gebouw
krioelt het van de kleurrijk geklede
donkere dames, getooid met de
mooiste hoeden die we ooit zagen. In
de lift staan we met open mond
tussen een aantal van die bedwelmend
geparfumeerde schoonheden en als ze
uitstappen, besluiten we ze in een
impuls te volgen. Zo vallen we als
ongenode gasten binnen bij een
vrolijke, christelijke fundraising, maar
onmiddellijk wordt ons door een
struise tante te verstaan gegeven dat
we op deze verdieping van het
gebouw niet welkom zijn. We leggen
uit dat we totaal gehypnotiseerd
raakten door de wonderlijke
hoedenparade in de lobby en niet
anders konden dan er blindelings
achteraan lopen. Met ons naïeve
enthousiasme, dat recht uit het hart
komt, charmeren we de deurdame
blijkbaar. Ze houdt kort beraad met
de voorzitster van de club, waarrna
we worden uitgenodigd om een
gedeelte van de benefiet happening
bij te wonen. Alweer zijn we de enige
blanken. En wat een vrolijk feest is
het! We zitten naast de vrouwelijk
deejay, die christelijke rap draait. Het
enige christelijke eraan is overigens
dat de gangbare fuck you’s en andere
krachttermen ontbreken, voor de rest
is het gewoon rete opzwepende
hiphop met volvette beats. Omdat we
in New Orleans ook nog graag een
gospelmis willen bijwonen en de
dames van dit kerkgenootschap
blijkbaar wel weten hoe je een
feestje bouwt, besluit ik de
voorzitster te vragen of ze ons een
kerkdienst kan aanraden. Natuurlijk
kan ze dat. We worden verwezen naar
de mis van ene reverend Paul Morton
in de Greater St. Stephen Full Gospel
Baptist Church. Even later hoor ik dat
hij de echtgenoot van de voorzitster
is, maar wat geeft het.
De volgende ochtend, het is zondag, zitten we keurig op tijd in de kerkbanken bij reverend Morton. Jezus, wat kan die man preken! In een hilarisch betoog pareert hij de kritiek op zijn privéjet, die hem blijkbaar recentelijk ten deel is gevallen. Maar nóg beter dan preken kan hij zingen. Bij zijn vurige versie van I Believe I Can Fly verbleekt zelfs R. Kelly tot een blanke stotteraar. En na de speech over het vliegtuig getuigt de keuze voor dit nummer ook nog eens van een vileine ironie die ik enorm kan waarderen. Een top-ervaring, deze gospelmis. Goed, ik zou een boek kunnen schrijven over de reis naar New Orleans, maar voor nu: houd vooral even het bizarre toeval vast dat ons atheïsten daar in die Full Gospel Baptist Church op zondag deed belanden. We kwamen voor de jazz naar The Big Easy, wilden een stadsfoto maken van bovenaf, zagen dames met waanzinnige hoedjes in het hoogste gebouw, crashten hun liefdadigheidsparty, werden nog binnengelaten ook als Hollandse bleekscheten en kregen zo de tip voor een gospelmis de volgende dag ergens in een non-descripte wijk van de stad.

Fast forward
naar circa 2009. Ik ben alleen thuis en zit lekker plaatjes te draaien. My Life in the Bush of Ghosts staat zoals gewoonlijk in het lp-rek naast de muziekinstallatie, waar mijn nieuwste aanwinsten staan en wat oude platen waar ik op dat moment zin in heb. Voor misschien wel de duizendste keer leg ik het razend knappe knutselwerk van Eno & Byrne op de draaitafel. Ge
ïntrigeerd door al die bijzondere samples op de plaat pak ik de hoes er weer eens bij om te kijken waar de muzikanten het toch allemaal vandaan hebben gehaald. De zangeres op mijn favoriete track Regiment is Dunya Yusin uit de Libanese bergen, dat weet ik. De track erna heet Help Me Somebody en laat een charismatische dominee horen die zijn volgelingen in vuur en vlam zet zoals alleen Martin Luther King dat kon. Ik kijk wie er hier gesampled is en voel onmiddelijk hoe het bloed uit mijn hoofd wegtrekt. Volkomen logisch achteraf, want mijn brein moest eventjes keihard uit- en weer aangezet worden. Een uiterst noodzakelijke reset om tot dan toe totaal gescheiden herinneringen, kennis en emoties via een bizarre tijdlus met elkaar te kunnen verknopen. Op de achterkant van de lp-hoes lees ik namelijk - ik krijg er nóg kippenvel van - Track 4: Reverend Paul Morton, broadcast sermon, New Orleans, June 1980.

< TERUG
HOME >
Laatst zat ik te denken: als je alle lp's, singeltjes, cd's, cassettebandjes en - vooruit - mp3's die je hebt achter elkaar zou leggen in volgorde van aanschaf, dan zie je in feite je muzikale DNA liggen. Want bij iedereen zou dat een andere, unieke sliert opleveren. Omdat ik het zo leuk vind om te zien hoe jij steeds maar op zoek bent naar mooie en bijzondere liedjes, net zo enthousiast als ikzelf, hier wat muziek uit mijn DNA. Als vader en dochter delen we onze echte genen, dus vast ook onze muzikale.